Ik kan me best inhouden.

Klanten vragen wel eens: “Jij hebt toch wel heel veel kleren? Ik zou me helemaal blut kopen als ik hier zou werken.” Of “Hoe hou je je ín met zoveel mooie kleren in deze winkel?” ‘Tja,’ zeg ik dan. ‘Dat heb ik wel geleerd in al die jaren.’

Van alles wat er in winkels te koop is, vind ik kleding het allerleukst. Echt een hobby heb ik niet. Mode is mijn hobby. Mijn werk doe ik graag. Beetje schrijven doe ik. Ook af en toe ergens iets gaan drinken met vrienden of uit eten. Maar het gros van mijn loon gaat op aan vaste lasten. Én kleding. Voor m’n dochter en mezelf.

Mijn vriend “heeft nooit iets nodig”, zoals je kon lezen in DEZE blog. Mijn bonuszoon is volwassen en koopt z’n kleding zelf. Dus ik kan mijn creativiteit compleet uitleven op mijn dochter Evi (11) en mezelf.

Voor Evi koop ik in het begin van ieder seizoen een geheel nieuwe garderobe. Ze groeit ieder jaar ruim een maat dus er zit niks anders op. Winkelen doet ze niet graag dus ik koop een volle tas en ga dan een stuk of vier keer terug om spullen terug te brengen of te ruilen. Onze diva draagt geen dingen die ze niet mooi vindt, zo verwend is ze wel. Dus ik moet het wel zo doen. Maar oké, als ze genoeg kleren heeft, vraagt ze nergens meer om. dan vindt ze ook wel weer prima.

Maar ja, als verkoopster in de mode ik zie wekelijks – soms dagelijks – nieuwe kleding binnenkomen. Het ene spreekt me aan, het andere wat minder. Zelf ben ik erg voor de merken Yaya, Penn&Ink N.Y. en Summum. Soms zijn er ook leuke items van Freequent of Object.

dozen

Dus er worden dozen binnen gebracht. Die moeten open gemaakt en gecheckt worden. Dan moet je de pakbon controleren. We moeten kijken of het artikelnummer, het aantal en de maatverdeling klopt. En meestal gaat het daar al mis. ‘O, kijk eens, dat ziet er leuk uit.’ En dan komen meteen alle collega’s kijken. “Ja, dat is echt een stofje voor jou. Wat is het eigenlijk?” Dus dan pak ik het uit. ‘Jaaa, die is écht leuk!’ En dan graai ik mijn maat er tussenuit.

Met het hoopje kleding nog onuitgepakt op de kassa, sta ik al met mijn nieuwe liefde voor de spiegel. ‘Aw, ik vind ‘m super. Deze wil ik.’ “Ja, hij is echt leuk. Past goed op die ene broek.” ‘Is ie er ook in een andere kleur? Ik zoek nog zoiets in het wit.’ En natuurlijk is ie er ook in wit.

Daarna volgt er een innerlijke strijd met mezelf. Ik wil em. Je hebt al genoeg. Maar deze is zoo anders. Je bent blut. Mijn loon wordt bijna gestort. Hou je toch eens in. Ik wil ‘m aan naar dat feestje. Je kast hangt vol. Ik kan er ook in werken. Volgende week komt er weer iets leuks binnen. Ja maar hij is zoo mooi. Zo bijzonder is ie nou ook weer niet. Ik neem ‘m toch mee. Af! Leg terug!

pashokje

Wanneer ik dan wat dingen heb gekocht en ik met mezelf heb afgesproken dat ik echt niks meer zal kopen. Dan word ik soms geïnspireerd door klanten. Zij combineren kledingstukken vaak net weer op een andere manier. Of zij pakken iets uit het rek waar ik nog nooit veel aandacht aan besteed had. En dan ga je wéér voor de bijl. Het is ook allemaal zó leuk.

Maar toch, na 27½ jaar dozen uitpakken. Artikelen controleren. Inhangen. Collecties inkopen. Kleren passen. Kleding kopen. Kleding dragen. Jaar na jaar na jaar. Dan ben ik er toch wel achter wat mijn eigen stijl is en wat ik veel ga dragen. En ik ben er ook al lang achter dat, wat je eerst he-le-maal geweldig vindt, je twee weken later alweer oud nieuws vindt. Zodra ik iets een paar keer heb gedragen, kijk ik alweer uit naar het volgende.

 

kledingrek

Ik heb geleerd – heel cliché – dat ik het meest heb aan mooie basisstukken. Die draag ik járenlang. Een goed colbert. Stoere jeans. Een gave jurk. Wit overhemd. En een t-shirt met een logo of slogan er op. Mooie boots. Witte sneakers. Leuke sandalen. Paar sjaals. That’s it.

Okee, en dan af en toe een leuk bloesje of gek printbroekje. Een sportieve pant en een lekker vest. Nog een t-shirt maar dan anders. En badslippers zijn nu in. Een rok had ik nog niet gezegd. En een off-shoulder blouse is ook gaaf. Wat dacht van een jumpsuit? En een sjieke blouse voor op die stoere spijkerbroek. Zo’n jeans met gaten. Of een grijze broek, kan met alles. Een paar goeie hakken is een must. Een soepele wijde broek met een hoge taille is zo mooi. En een leuke zomerjas. En een spijkerjasje. En een in het wit. En iets geels, daar word je vrolijk van. Streepjes, tijdloos en fris. Én een bloemen- en/of dierenprint, die moet er bij zitten dit seizoen.

 

Dus je begrijpt, ik kan me prima inhouden. Ik heb gewoon een erg dure hobby…

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: